Ga naar de inhoud
Inbraakbeveiliging.info

VRKI (Verbeterde Risicoklassenindeling) uitgelegd

Begrijp het VRKI-systeem waarmee verzekeraars beveiligingseisen bepalen. Ontdek welke risicoklasse op jouw situatie van toepassing is.

Geüpdatet op Door Inbraakbeveiliging.info
Verzekeringsadviseur bespreekt VRKI beveiligingseisen met een woningeigenaar aan een bureau met documenten

Ben je ooit de term VRKI tegengekomen in je verzekeringsvoorwaarden? Dit classificatiesysteem bepaalt welke inbraakbeveiliging jouw verzekeraar vereist op basis van risico. De eisen verschillen sterk per klasse, van basismaatregelen tot uitgebreide beveiligingssystemen met meldkamerverbinding. Dit artikel legt het VRKI-systeem stap voor stap uit. Na het lezen weet je precies in welke klasse jij valt en wat dit betekent voor jouw beveiliging.

Wat is de VRKI?

De VRKI staat voor Verbeterde Risicoklassenindeling. Het is een landelijk systeem waarmee verzekeraars bepalen welke beveiligingsmaatregelen vereist zijn voor een polis. Hoe hoger de risicoklasse, hoe strenger de eisen aan je inbraakbeveiliging.

Doel van de risicoklassenindeling

Het primaire doel van de VRKI is het standaardiseren van beveiligingseisen in Nederland. Verzekeraars gebruiken dezelfde normen, waardoor duidelijkheid ontstaat voor zowel particulieren als bedrijven. Dit voorkomt dat iedere verzekeraar eigen willekeurige eisen stelt.

De indeling zorgt ervoor dat de beveiliging in verhouding staat tot het risico. Een woning met beperkte waardevolle bezittingen krijgt andere eisen dan een pand met kostbare kunst of sieraden. Dit maakt het systeem eerlijk en proportioneel.

Wie bepaalt de VRKI-normen?

Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) beheert de VRKI-normen. Deze onafhankelijke organisatie werkt samen met verzekeraars, politie en beveiligingsbedrijven. De normen worden regelmatig herzien op basis van nieuwe inbraakmethodes en technologische ontwikkelingen.

Verzekeraars nemen de VRKI-normen over in hun polisvoorwaarden. Hierdoor is de indeling bindend zodra je een verzekering afsluit die naar de VRKI verwijst.

De vier risicoklassen

De VRKI kent vier risicoklassen, oplopend in beveiligingseisen. Elke klasse correspondeert met een bepaald risiconiveau en bijbehorende minimale inbraakwerendheid.

Klasse 1: basisrisico

Klasse 1 is bedoeld voor situaties met een laag inbraakrisico. Denk aan woningen met beperkte waardevolle bezittingen of locaties in veilige buurten. De beveiligingseisen zijn relatief bescheiden.

Bestaand hang- en sluitwerk kan in veel gevallen voldoen aan klasse 1. Er is geen verplichting voor gecertificeerde sloten of een alarmsysteem. Wel moeten deuren en ramen goed afsluitbaar zijn.

Close-up van een SKG drie sterren gecertificeerd cilinderslot gemonteerd in een witte houten voordeur

Klasse 2: gemiddeld risico

Klasse 2 geldt voor woningen en bedrijven met een gemiddeld risico. Bij verzekerde bedragen boven €10.000 aan diefstalgevoelige goederen is deze klasse vaak van toepassing. De eisen worden hier merkbaar strenger.

De minimale inbraakwerendheid bedraagt 3 minuten. Dit vereist SKG★★★ gecertificeerd hang- en sluitwerk op alle toegangsdeuren en bereikbare ramen. Een elektronisch alarmsysteem kan verplicht zijn, afhankelijk van de polisvoorwaarden.

Klasse 3: verhoogd risico

Klasse 3 is gericht op situaties met verhoogd risico, zoals woningen met kostbare verzamelingen of kleine ondernemingen met waardevolle voorraad. De eisen zijn aanzienlijk zwaarder dan bij klasse 2.

De vereiste inbraakwerendheid bedraagt minimaal 5 minuten. Naast mechanische beveiliging is een alarmsysteem met anti-masking detectoren verplicht. Dit zijn bewegingsmelders die detecteren wanneer iemand ze probeert af te dekken of te saboteren.

Klasse 4: hoog risico (maatwerk)

Klasse 4 is de zwaarste categorie en vereist maatwerk in overleg met de verzekeraar. Deze klasse geldt voor zeer hoogwaardige objecten, zoals kunstcollecties, juwelierszaken of geldtransportbedrijven.

De minimale inbraakwerendheid is 10 minuten. De exacte eisen worden per situatie bepaald en kunnen mistgeneratoren, redundante transmissie naar de meldkamer en permanente camerabeveiliging omvatten.

Beveiligingseisen per risicoklasse

Elke risicoklasse kent specifieke eisen op drie gebieden: mechanisch, elektronisch en organisatorisch. De onderstaande informatie geeft een overzicht van de belangrijkste vereisten voor effectieve inbraakbeveiliging per categorie.

Mechanische eisen (hang- en sluitwerk)

Mechanische beveiliging vormt de basis van elke VRKI-klasse. De eisen variëren van basissloten tot hoogwaardige inbraakwerende systemen.

Voor klasse 1 kan bestaand hang- en sluitwerk volstaan mits goed functionerend. Klasse 2 en hoger vereisen SKG-gecertificeerde sloten met minimaal drie sterren. De SKG-classificatie bepaalt de weerstandstijd tegen inbraakpogingen.

Elektronische eisen (alarm en detectie)

Elektronische beveiliging wordt belangrijker naarmate de risicoklasse stijgt. Klasse 1 kent geen verplichte elektronische eisen. Vanaf klasse 2 kan een alarmsysteem verplicht zijn.

Klasse 3 vereist specifiek alarmsystemen met anti-masking detectoren. Deze geavanceerde bewegingsmelders detecteren sabotage en melden dit direct aan de meldkamer. Klasse 4 voegt hier vaak nog extra lagen aan toe, zoals cameraverificatie.

Organisatorische eisen (procedures)

Organisatorische maatregelen worden vaak vergeten, maar zijn essentieel voor hogere klassen. Het gaat om werkprocessen en gedragsregels die de effectiviteit van technische beveiliging waarborgen.

Voorbeelden zijn sleutelprotocollen, het registreren van openings- en sluitingstijden, en het aanstellen van verantwoordelijken voor de beveiliging. Bij klasse 3 en 4 kunnen periodieke controles en audits verplicht zijn.

Beveiligingsinstallateur in werkkleding controleert een alarmpaneel aan de muur met een checklist

VRKI 2.0 versie 2026: wat is er veranderd?

Per 1 januari 2026 is VRKI 2.0 van kracht. Deze versie werd op 28 november 2025 gepubliceerd door het CCV en bevat belangrijke aanscherpingen ten opzichte van eerdere versies.

Belangrijkste wijzigingen

De meest opvallende wijziging betreft de eisen aan detectieapparatuur. Voor klasse 3 zijn anti-masking detectoren nu expliciet verplicht. Voorheen was dit een aanbeveling, nu is het een harde eis.

Daarnaast zijn de transmissie-eisen aangescherpt. Alarmsystemen in hogere klassen moeten via meerdere communicatiepaden kunnen doormelden. Dit voorkomt dat een inbreker de melding blokkeert door kabels door te knippen.

Impact op bestaande installaties

Bestaande installaties die onder een lopende polis vallen, krijgen doorgaans een overgangsperiode. De exacte termijn hangt af van je verzekeraar en de polisvoorwaarden. Neem contact op met je verzekeraar om te verifiëren of jouw installatie nog voldoet.

Bij verlenging of wijziging van je polis kunnen de nieuwe VRKI 2.0 eisen direct van toepassing worden. Plan tijdig een eventuele upgrade van je beveiligingssysteem om problemen bij claims te voorkomen.

Hoe wordt jouw risicoklasse bepaald?

Je risicoklasse wordt niet willekeurig toegewezen. Verzekeraars hanteren specifieke criteria om te bepalen in welke klasse jouw situatie valt.

Verzekerd bedrag

Het verzekerde bedrag aan diefstalgevoelige goederen is de belangrijkste factor. Hoe hoger dit bedrag, hoe hoger de risicoklasse. Tot €10.000 kom je vaak uit in klasse 1. Bedragen boven €25.000 leiden vrijwel altijd tot klasse 2 of hoger.

Bij bedragen boven €50.000 is vaak een BORG-certificaat verplicht. Dit certificaat bewijst dat je beveiliging door een erkend bedrijf is geïnstalleerd en jaarlijks wordt gecontroleerd.

Type goederen

Niet alleen de waarde, maar ook het type goederen speelt mee. Sieraden, contant geld, kunstwerken en elektronica zijn aantrekkelijker voor inbrekers dan meubilair. Een verzameling sieraden van €20.000 kan een hogere klasse krijgen dan €20.000 aan huisraad.

Verzekeraars maken onderscheid tussen gewone inboedel en zogenaamde bijzondere bezittingen. Voor de laatste gelden vaak strengere eisen, ongeacht het totaalbedrag.

Locatie en omgeving

De locatie van je woning of bedrijfspand beïnvloedt eveneens de risicoklasse. Gebieden met hogere inbraakcijfers krijgen een striktere beoordeling. Ook de nabijheid van vluchtwegen, zoals snelwegen of landsgrenzen, kan meespelen.

Verzekeraars gebruiken politiestatistieken en eigen claimdata om locatierisico’s in te schatten. Een woning in een rustige villawijk krijgt een andere beoordeling dan een appartement in een grootstedelijk gebied met veel inbraakincidenten.

VRKI voor particulieren versus bedrijven

De VRKI is van toepassing op zowel particulieren als bedrijven, maar de praktische uitwerking verschilt aanzienlijk. Zakelijke verzekeringen kennen doorgaans strengere eisen en hogere klassen.

Particulieren vallen meestal in klasse 1 of 2. Alleen bij zeer waardevolle bezittingen of bijzondere omstandigheden is een hogere klasse aan de orde. De focus ligt op adequate sloten en eventueel een basisalarmsysteem.

Bedrijven krijgen vaker te maken met klasse 2, 3 of zelfs 4. Dit geldt vooral voor winkels, magazijnen en bedrijven met waardevolle voorraad of apparatuur. De eisen omvatten vaak een complete BORG-gecertificeerde installatie inclusief meldkamerverbinding.

De kosten voor zakelijke beveiliging liggen navenant hoger. Een BORG-gecertificeerde installatie kost tussen €1.500 en €6.000+, afhankelijk van de omvang en complexiteit. Daar komen jaarlijkse onderhouds- en meldkamerkosten bij van €15 tot €45 per maand.

Begin met typen om te zoeken...