Mythen over inbraakpreventie ontkracht
Veel adviezen over inbraakpreventie zijn gebaseerd op mythen in plaats van feiten. Leer onderscheid maken tussen effectieve maatregelen en schijnveiligheid.
Disclaimer: Wij zijn geen gecertificeerde beveiligingsspecialisten; gebruik deze informatie op eigen risico. Afbeeldingen zijn ter illustratie en genoemde bedragen zijn indicatief. Wanneer je via onze site een offerte aanvraagt, kunnen wij hiervoor een vergoeding ontvangen. Meer informatie›
Er circuleren talloze adviezen over hoe je inbrekers buiten de deur houdt. Van het aanlaten van een lampje tot het aan zetten van de radio: tips worden vaak klakkeloos overgenomen. Dit artikel onderzoekt de meestvoorkomende mythen over inbraakpreventie en legt uit wat de feiten zeggen. Na het lezen weet je welke maatregelen echt werken en welke slechts schijnveiligheid bieden.
Helpt een lampje aanlaten echt?
Een van de meestgehoorde adviezen is om een lampje aan te laten wanneer je niet thuis bent. De gedachte is dat inbrekers een verlichte woning zullen mijden omdat er iemand thuis lijkt te zijn.
Waar deze mythe vandaan komt
Het idee achter deze mythe is logisch: inbrekers willen niet betrapt worden. Een brandend licht suggereert dat er iemand aanwezig is en zou dus afschrikken.
Maar hier zit precies het probleem. Inbrekers zijn niet dom en herkennen patronen. Een lamp die altijd op dezelfde plek brandt, op dezelfde tijden, geeft het tegenovergestelde signaal.
Wat de feiten zeggen
Een constant brandend licht werkt nauwelijks afschrikwekkend. Het is statisch en herkenbaar als trucje. Bovendien vinden de meeste inbraken overdag plaats, wanneer verlichting überhaupt geen verschil maakt.
Wat wel werkt is variatie. Een aanwezigheidssimulator bootst realistisch lichtpatronen na door willekeurig verschillende lampen aan en uit te schakelen. Dit is veel moeilijker te doorzien dan een enkel brandend lampje.
Combineer dit met slimme buitenverlichting met bewegingssensoren. Deze heeft wel degelijk afschrikkende waarde omdat het onverwacht is en aandacht trekt.
Houdt een radio of tv inbrekers tegen?

Deze mythe lijkt op de lampjestheorie. Door een radio of televisie aan te laten, klinkt het alsof er iemand thuis is. De realiteit is echter genuanceerder.
Een constant geluid uit dezelfde bron is net zo herkenbaar als een constant brandend licht. Ervaren inbrekers luisteren even bij de deur en herkennen het patroon snel. Er is geen beweging, geen variatie in geluid, geen gesprekken.
Daarnaast speelt ook hier timing een rol. De meeste inbraken vinden overdag plaats, wanneer huizen leeg zijn maar radio en tv dat ook meestal zijn. Een blèrende televisie midden op de dag is juist verdacht.
Als je toch geluid wilt gebruiken, combineer het dan met andere maatregelen. Variatie in verlichting, gordijnen die bewegen en onvoorspelbare patronen zijn samen effectiever dan één enkele maatregel.
Komen inbrekers vooral ‘s nachts?
Vrijwel iedereen associeert inbraak met de donkere uren. Beelden van gemaskerde figuren die ‘s nachts inbreken zijn hardnekkig, maar de werkelijkheid is totaal anders.
Slechts 13% van alle inbraken vindt ‘s nachts plaats volgens CBS-cijfers. De absolute piek ligt juist tussen 18:00 en 22:00 uur, wanneer veel mensen nog niet thuis zijn van werk of een avondactiviteit. De tijdstippatronen van inbraak laten zien dat de vroege avond het gevaarlijkst is.
De logica hierachter is simpel. Overdag en in de vroege avond zijn huizen leeg terwijl het buiten nog licht kan zijn. Inbrekers hebben een legitiem excuus om in de buurt te zijn en trekken minder aandacht. ’s Nachts is er juist meer kans om bewoners aan te treffen.
Dit betekent dat beveiligingsmaatregelen vooral op de dag en vroege avond gericht moeten zijn, niet alleen op de nachtelijke uren.
Overkomt het alleen anderen?
Veel mensen denken dat inbraak iets is wat anderen overkomt. De buren, mensen in andere wijken, maar niet henzelf. Dit denkpatroon is een van de grootste risico’s voor je veiligheid.
Het optimisme-bias
Psychologen noemen dit het optimisme-bias: de neiging om te geloven dat negatieve gebeurtenissen anderen treffen maar niet jezelf. Het is een natuurlijk beschermingsmechanisme, maar het kan leiden tot onderschatting van risico’s.
Dit bias verklaart waarom veel mensen geen actie ondernemen. Ze weten dat inbraak voorkomt, maar voelen zich niet persoonlijk bedreigd. Pas na een inbraak verandert dit perspectief dramatisch.
De werkelijke risico’s
In 2024 werden volgens het CBS ruim 22.000 woninginbraken geregistreerd in Nederland. Dat zijn gemiddeld 61 inbraken per dag, verspreid over het hele land. De werkwijze van inbrekers laat zien dat ze vooral opportunistisch te werk gaan.
Inbrekers kiezen niet willekeurig. Ze zoeken naar de makkelijkste doelwitten: woningen met slechte sloten, weinig zichtbare beveiliging en voorspelbare afwezigheidspatronen. Of je nu in een appartement woont of een vrijstaand huis: het risico is reëel voor iedereen.
Is een hond de beste beveiliging?

De trouwe viervoeter wordt vaak genoemd als ideale beveiliging. Een blaffende hond schrikt inbrekers af, zo is de gedachte. De werkelijkheid is echter complexer.
Een grote, luidruchtige hond kan inderdaad afschrikwekkend werken. Het geblaf trekt aandacht en dat is precies wat inbrekers willen vermijden. Maar niet elke hond is een waakhond en zelfs waakhonden hebben beperkingen.
Kleine honden maken wel lawaai maar vormen geen fysieke bedreiging. Sommige grote honden zijn juist vriendelijk tegen vreemden. En ervaren inbrekers weten dat veel honden met een lekkernij zijn af te leiden.
Daarnaast biedt een hond geen bescherming wanneer je met de hond weg bent of wanneer de hond slaapt. Een gedegen aanpak voor waakdieren als beveiligingsmaatregel vereist meer dan alleen het hebben van een huisdier.
Kiezen inbrekers alleen rijke wijken?
Een hardnekkige mythe is dat inbrekers zich richten op dure wijken met grote villa’s. De gedachte is logisch: daar valt meer te halen. Maar de praktijk laat iets anders zien.
Gelegenheidsinbrekers, en dat is zo’n 80% van alle inbrekers, zoeken vooral naar gemak. Een dure villa met zichtbare beveiliging, camera’s en mogelijk een alarmsysteem is veel riskanter dan een doorsnee rijtjeswoning met een zwak slot.
Inbrekers zoeken de weg van de minste weerstand. Een wijk met veel huurwoningen waar mensen minder investeren in beveiliging kan juist aantrekkelijker zijn. Of een nieuwbouwwijk waar bewoners nog niet alle beveiligingsmaatregelen hebben genomen.
De buit hoeft ook niet enorm te zijn. Elektronica, contant geld, sieraden en fietsen zijn in elke woning te vinden. De gemiddelde inbraak duurt slechts 30 seconden tot 5 minuten: inbrekers pakken wat ze snel kunnen meenemen.
Wat werkt dan wél?
Na het ontkrachten van deze mythen is de logische vraag: wat werkt dan wel? Gelukkig is daar veel onderzoek naar gedaan.
Een overzicht van bewezen afschrikmaatregelen laat zien dat bepaalde maatregelen aantoonbaar effectief zijn. Alarmsystemen hinderen volgens onderzoek zo’n 70% van de inbrekers. Veiligheidsdeuren scoren met 69% bijna even hoog. Externe raamluiken werken bij 75% van de gevallen afschrikwekkend.
De sleutel zit in gelaagde beveiliging. Combineer mechanische maatregelen zoals goede sloten met elektronische detectie. Maak beveiliging zichtbaar met waarschuwingsstickers en camera’s. Varieer je aan- en afwezigheidspatronen zodat inbrekers je routine niet kunnen voorspellen.
PKVW-gecertificeerde woningen hebben volgens het CCV tot 80% minder kans op een geslaagde inbraak. Dit cijfer toont aan dat een integrale aanpak, waarbij alle toegangspunten worden versterkt, veel effectiever is dan losse maatregelen.
De belangrijkste les is: vertrouw niet op één enkele maatregel of op mythen die al generaties meegaan. Effectieve inbraakbeveiliging is gebaseerd op feiten, niet op aannames.
Inbraakbeveiliging.info deelt betrouwbare informatie over inbraakbeveiliging, van sloten en alarmsystemen tot camera's en keurmerken. Ons doel is om huiseigenaren, huurders en VvE's te voorzien van praktische tips en heldere uitleg, zodat iedereen een weloverwogen beslissing kan nemen over het beveiligen van hun woning.